De eikenprocessierups

Boomverzorging. Verspreiding eikenprocessierups

Informatie van www.minlnv.nl

Sinds 1987 vormt de eikenprocessierups een jaarlijks terugkerend probleem in een groot deel van Nederland. Van mei tot in juli gaat de eikenprocessierups op eikenbomen in processieachtige colonnes op zoek naar nieuwe eikenbladeren; vandaar de naam eikenprocessierups. Gedurende deze periode verspreidt de rups brandhaartjes die bij mensen ernstige irritaties kunnen geven. Ook eikenbomen kunnen schade oplopen door vraat door de rups.

Overlast en gezondheidsrisico's

Mensen kunnen van mei tot en met augustus in aanraking komen met de brandhaartjes wanneer ze onder de besmette bomen doorlopen, of wanneer besmette bomen vlak bij ramen van een huis staan. Reacties kunnen van persoon tot persoon verschillen. Op de onbedekte huid geven de brandhaartjes een sterk jeukende, rode uitslag. In de ogen geven ze rood ontstoken oogwit en een branderig gevoel. Bij inademing van de haren kunnen irritaties en ontstekingen ontstaan van het slijmvlies van de neus, keel en luchtwegen. Vermijd daarom elk contact met de rupsen en resten ervan, zoals met vrijgekomen brandharen en lege nesten. Zorg bij een bezoek aan een (natuur-)gebied met eikenprocessierupsen voor goede bedekking van de hals, armen en benen en ga niet op de grond zitten. Ga na aanraking van de rupsen of haren niet krabben of wrijven, maar strip de huid met plakband en spoel daarna met lauw water. Spoel ook de ogen goed met lauw water. Was zonodig ook kleren (liefst op 60 graden Celsius). Klachten verdwijnen in het algemeen binnen twee weken. Een zachte creme met menthol kan verlichting geven. Neem bij ernstige klachten contact op met uw huisarts.

Verspreiding

Aanvankelijk speelde de overlast door de rupsen zich voornamelijk af in de provincies Noord-Brabant en Limburg. De plaag lijkt echter een steeds meer landelijk karakter te krijgen. De Natuurkalender houdt op haar site waarnemingen bij van de eikenprocessierups. Aan de hand van deze waarnemingen kan de bestrijding van de eikenprocessierups nog beter plaatsvinden.

Bestrijding

Bij het verwijderen van de nesten kunnen vele miljoenen brandhaartjes vrijkomen. Het risico is groot dat de brandhaartjes in aanraking komen met de ogen, de huid of luchtwegen en ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.

Daarom is het noodzakelijk zorgvuldig te werk te gaan bij de bestrijding. Om blijvende schade aan het oognetvlies en/of de luchtwegen te voorkomen, maakt Treemotion Boomverzorging gebruik van beschermende pakken voorzien van beademingsapparatuur.

Doorgaans worden de nesten verwijderd door middel van opzuiging. Op lastig te bereiken plaatsen hoog in de boom worden de nesten "geplukt" en in plasticzakken verpakt. Na afvoer worden deze vernietigd door gespecialiseerde verbranding.

Boomverzorging. Massaria in plataan

Massariaziekte in Platanen

Informatie van www.boomziekten.nl

In de zomer van 2007 werd in de gemeente Sittard Geleen de eerste Nederlandse plataan aangetroffen die was aangetast door de Massariaziekte. Sindsdien is in verschillende Nederlandse steden de aantasting vastgesteld. De Massariaziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Splanchnonema platani. 

De Massariaziekte veroorzaakt een snel optredende houtrot in takken van platanen, met takbreuk als gevolg. Afhankelijk van de locatie van de boom kan dit ernstige problemen met betrekking tot de openbare veiligheid opleveren.

De Massariaziekte bevindt zich altijd aan de bovenzijde van takken, waardoor het waarnemen vanaf de grond vrijwel onmogelijk is. De noodzakelijke frequentie van de controle van platanen, alsmede de manier waarop de controle uitgevoerd dient te worden, heeft zich door het optreden van de Massariaziekte dan ook fundamenteel gewijzigd.

Boomverzorging. Paardekastanje mineermot

Paardekastanje mineermot

Bron: STORIX Artikelen voor duurzaam Boom-& Landschapsbeheer.

De larven van de mineermot boren gangen in de bladeren van de paardekastanje. Dit zorgt voor zware bladbeschadiging en vervroegde bladval in de zomer. Hierdoor mist de kastanje een belangrijk deel van het jaar om bladgroen om te zetten en energie reserves op te bouwen. Deze langdurige verzwakking zorgt ervoor dat de kastanjes kwetsbaar worden voor ziektes en aantastingen.

Door inzet van specifieke feromonen met vangbekers, in combinatie met bladruiming in de herfst, is de bladschade goed te beheersen. Zo zijn de paardekastanjes in staat om op een normale manier hun fotosynthese door te zetten tot in de nazomer. Het energie niveau van de bomen blijft op peil, wat hun vitaliteit en ziekteweerstand verbetert.

Algemene informatie over de paardekastanje mineermot

Door de sterke opmars van dit zeer kleine motje zijn momenteel grote gedeelten van het Nederlandse paardekastanje bestand ernstig aangetast, De motjes zijn goudbruin, ongeveer 0,5 cm groot en hebben een fijn wit/zwart strepenpatroon op de vleugel; op de kop en op het achtereinde van de vleugels staan franjes. Niet het motje zelf, maar de larve van deze mineermot is verantwoordelijk voor de symptomen en de ernstige schade. De larven met duidelijk diep ingesneden segmenten zijn pootloos en afgeplat. Ze meten maximaal 3 - 4 mm. Per jaar komen er in Nederland drie generaties voor. Het motje deponeert zijn eitjes aan de bovenzijde van het blad in de nabijheid van de nerven. Na de ontluiking boort zich een minuscuul klein larfje in het blad, waar vervolgens het bladmoes wordt weggevreten. Door het wegvreten wordt het fotosyntheseapparaat van de boom gereduceerd. Indien de twee eerste generaties onbeperkt hun gang kunnen gaan, neemt de schade tegen de nazomer zeer ernstige proporties aan. Bladeren drogen uit en vervroegde bladval treedt op. De boom kan onvoldoende reservestoffen aanmaken en wordt gevoeliger voor vorst en andere belagers (o.a. honingzwam en de gevreesde bloedingsziekte bij kastanjes)

Wat er tegen te doen?

Ruim in de herfst zo goed als mogelijk alle afgevallen bladeren op.

Verzamel de aangetaste bladeren en voer deze af naar een professionele composteringsplaats. Poppen van de mineermot, die in deze afgevallen bladeren aanwezig zijn, worden zo via compostering vernietigd. Opruimen van de afgevallen bladeren in de lente is minder interessant. De bladeren zijn dan reeds grotendeels verrot, en poppen van de mineermot vallen ter plaatsen tijdens opruimingswerkzaamheden masaal uit het blad op de grond. Dan heeft een opruimactie uiteraard géén baat gehad.

Beheers de nieuwe generatie mineermotten, die voortkomen uit de restpopulatie overwinterde poppen op de grond, door middel van een specifiek feromoon in speciale vangbekers.

Vanaf half april kunnen de vangbekers opgehangen worden samen met de bijbehorende feromoondispensers. Hiermee wordt de 1e generatie mineermotten grotendeels weggevangen.

  • Vul de vangbeker voor de helft met water samen met een druppeltje afwasmiddel.
  • Open de feromoondispenser en stop het pilletje in het kleine groene bakje.
  • Hang voor de eerste generatie motten de vangbeker aan de onderste takken aangezien de eerste generatie vanaf de grond de boom zal betreden.             
  • 

Eind Mei kan de vangbeker ververst worden.

  • Leeg de vangbeker en vul deze opnieuw met water en een druppeltje afwasmiddel.
  • Voor de tweede generatie kan de vangbeker hoger in de boom worden opgehangen
  • Met deze nieuwe feromoondispenser wordt de tweede generatie voor het merendeel weggevangen.

Half juli de feromoondispenser in de vangbeker een derde keer verversen.

Eind augustus de laatst keer de vangbeker verversen. 

 

Vanaf half oktober haal je alles weg uit de bomen en berg je de vallen schoon en droog op.